Arcipelago Toscano
De Toscaanse Archipel is een Italiaanse eilandengroep in de Tyrreense Zee, gelegen tussen Toscane en Corsica (Frankrijk). De archipel die behoort tot de Italiaanse regio Toscane bestaat uit zeven bewoonde eilanden, waarvan Elba verreweg het grootste en bekendste is.
De overige eilanden liggen in een boog om Elba heen. Van noord naar zuid zijn deze eilanden Gorgona, Capraia, Pianosa, Montecristo, Giglio en Giannutri. De laatste drie horen bij de provincie Grosseto, alle overige bij Livorno. Eveneens tot Grosseto behoren twee onbewoonde eilandjes, de Formiche (mieren) di Grosseto, tussen Giannutri en het vasteland. Verder zijn er nog meerdere onbewoonde eilandjes bij Elba (Corbella, Formiche della Zanca, Gemini, Liscoli, Remaiolo, Ogliera, Ortano, Scoglietto di Portoferraio, Topi en Triglia), bij Giglio (Cappa, Corvo, Le Scole), bij Montecristo (Scoglio d'Affrica) en bij Pianosa (La Scarpa, La Scola). Tenslotte worden ook Argentarola, Cerboli, Formica di Burano, Meloria, Palmaiola, Isolotto di Sparviero en Isolotto di Porto Ercole tot de Toscaanse Archipel gerekend. Het grootste eiland is Elba waar in 1814 Napoleon Bonaparte een jaar gewoond heeft.
De overige eilanden zijn nog relatief ongerept en een groot deel ervan staat als nationaal park Parco Nazionale Arcipelago Toscano onder natuurbescherming. Alle eilanden zijn beheuveld, met uitzondering van het eiland Pianosa (vertaling: vlak(achtig)) dat grotendeels vlak is. Het eiland Pianosa heeft lange tijd een gevangenis geherbergd. Deze is in 1997 gesloten. Nog steeds is het eiland niet vrij toegankelijk.
Te zien, te doen en te beleven in de Arcipelago Toscano
- Museo Civico Giovanni Fattori
- Arcipelago Toscano
- Elba
- Capraia
- Montecristo
- Gorgona
- Pianosa
- Piombino
- Castiglioncello
- Rosignano Solvay
- Elba
- Stranden van Elba
- Parco Nazionale Arcipelago Toscano
Giglio
is één van de 7 eilanden die samen de Toscaanse Archipel vormen. Deze eilandengroep ligt in de Tyrreense zee tussen Toscane en Corsica. De archipel behoort tot de regio Toscane.
De 7 eilanden zijn allen bewoond maar nog vrij ongerept en liggen in een soort boog om Elba heen. Elba is het grootste en bekendste eiland van de groep. De andere eilanden zijn Gorgona, Capraia, Pianosa, Montecristo, Giannutri en Giglio. Giglio heeft een mild klimaat, ongerepte natuur en prachtig helderblauw water, heerlijk om het hele jaar door vakantie te vieren. U kunt hier relaxen op de brede zandstranden maar ook wandeltochten maken kriskras over het eiland. Voor duikers heeft Giglio een rijke onderwater wereld. De ferry’s komen aan in het schilderachtige haventje Porte Giglio. Vanaf Piombino of Livorno kunt u goed een dagtrip naar Giglio maken.
Sardinië
Sardinië is sinds 8 maart 1949 een autonome staat van Italië. Het eiland werd in eerste instantie in vier provincies verdeeld maar aangezien in de poltiek werd gesproken over een oneerlijke verdeling is dit onlangs veranderd in maar liefst 8 provincies. Naast de provincies Cagliari, Sassari, Nuoro en Oristano zijn de volgende 4 toegevoegd: Olbia-Tempio, Ogliastra, Medio Campidano en Sulcis-Iglesiente.
Sinds het begin van de 18de Eeuw is het Italiaans de officiële taal van het eiland maar uiteraard heeft het eiland ook een eigen taal; "Het Sardisch" ook wel "Sardijns" genoemd. Deze moedertaal van de Sarden wordt vandaag de dag nog steeds gesproken door een groot deel van de bevolking en tevens traditioneel gebruikt in muziek en zang. Met name in de wat verder afgelegen bergdorpjes wordt eerder in het Sardisch gesproken dan in het Italiaans in tegenstelling tot de grotere steden waar de Sardische taal na het Italiaans op de tweede plaats komt.
Het landschap in Sardinië is zeer afwisselend, de prachtige kuststreken met talloze witte zandbaaien en de helderblauwe zee staan in schril contrast met het ruige binnenland. Vlakke kusten lopen langzaam over in glooiende heuvels tot hogere dicht begroeide bergen in het binnenland. De hoogste bergen, Punta la Marmora met 1834 meter en de Bruncu Spina met 1829 meter hoogte, behoren tot het Gennargentu gebergte dat dwars door het binnenland van noord naar zuid loopt en overgaat in het Gerrei gebergte richting het zuiden en in de Monte di Alba in het noorden. Het zuidwesten wordt gekenmerkt door het Iglesiente gebergte en het Capoterra gebergte.
De rivieren Coghinas, Het eiland heeft een zeer afwisselende kustlijn van maar liefst 1800 kilometer lang bestaande uit kleine baaien, schelp-, zand- en kiezelstranden waarbij de ruige rotsachtige noordoostkust overgaat in de zuidkust met vele kilometerlange zandstranden.
Mannu en Flumendosa lopen over het eiland maar zijn door hoge temperaturen en weinig regenval vaak zonder water. De rivier de Tirso voedt het grootste kunstmatige meer dat als watervoorraad voor het eiland dient. Grote zoutmeren zijn o.a. te vinden in Cagliari en Cabras en worden bevolkt door vele roze flamingo's die hier het hele jaar door te vinden zijn. Het zoutmeer bij Macchiareddu, is in tegenstelling tot de zoutmeren van Cagliari en Cabras, nog steeds in gebruik voor het winnen van zout.
Economie
De industrie en de agrarische sector zijn de meest belangrijke inkomstenbron van Sardinië. Zo worden onder andere graan, druiven, citrusvruchten, olijven en amandelen verbouwd. De veestapel bestaat uit ca. 2,5 miljoen schapen en 2 miljoen runderen. Dit is ongeveer een kwart van het totaal in heel Italië. Maar liefst 15% van de beroepsbevolking werkt dan ook in de agrarische sector.
In de kustgebieden van Alghero, Cagliari, Cabras, Carloforte, Sant'Antioco en Tortoli wordt veel gevist naar tonijn, kreeft en baars.Dit is een grote bron van inkomsten voor Sardinië. Met name het zuidwestelijk gelegen eilandje Carloforte is zeer bekend vanwege de tonijnvangst.Het wordt daarom ook wel het "tonijneiland" genoemd. Deze tonijn wordt over de hele wereld geëxporteerd, vooral naar Japan.
Daarnaast is de streek Sulcis-Iglesiente zeer bekend vanwege de vele mijnen (mangaan, marmer, ijzer, koper, lood, zink en zilver) en Sarroch vanwege de ruwe olieraffinaderijen. Hier werkt ca. 30% van de beroepsbevolking. Van belang zijn verder nog de productie van textiel, kurk en voedingsmiddelen en de verwerking van lood en zink.
In de dienstensector, o.a. overheid en toerisme, is ca. 40% van de beroepsbevolking werkzaam. Het toerisme langs de kust is een groeisector, zowel voor de inkomsten als voor een toename van het aantal arbeidsplaatsen van het eiland.
Geschiedenis
Prehistorische stammen hebben in Sardinië gewoond en indrukwekkende monumenten nagelaten zoals bijvoorbeeld de "Domus de Janas" (uit de neo-litische tijd) en de duizenden "Nuraghi" die hier verspreid staan, opgebouwd uit losse stenen en gebruikt als torens of burchten. Later kwamen de Feniciërs en de Carthagers (500 v. Chr.) gevolgd door de Romeinen, de Vandalen, de Byzantijnen en in de 11e eeuw de Saracenen. Door al deze verschillende invloeden bevat het eiland een smeltkroes van volkeren en culturen, bijeengebracht op een oppervlakte van nog geen 25.000 km².
De meest markante figuur uit de late Middeleeuwen was Eleonora d'Arborea, de vrouw die de grondslag legde voor een wetsbestel dat tot 1827 geldig bleef,de Carta de Logu. In dezelfde periode nam de invloed van de Spaanse Aragonezen toe totdat de Spanjaarden Sardinië binnendrongen. Uit deze tijd stammen de zogenaamde Aragonese torens die langs de kust werden gebouwd ter bescherming van het eiland tegen de Arabieren. Op de plaatsen van de oude Fenicische steden, die op strategische punten liggen, kan men deze torens nog terugvinden,vaak gebouwd met de stenen van de oude bouwwerken. Een mooi voorbeeld van dit hergebruik is nog terug te vinden in de kerk van Santa Giusta bij Oristano waar men de fenicische stad Othoca heeft teruggevonden.
Van 1718 tot 1861 (de eenwording van Italië) vormde Sardinië met Piëmonte het Koninkrijk Sardinië. De ontwikkeling van de infrastructuur verliep langzaam. Onder Karel Felix werd de belangrijkste verkeersader van noord naar zuid aangelegd, de Strada Statale die nu nog zijn naam draagt; Strada Statale "Carlo Felice". In 1883 verbonden de eerste treinen Cagliari met Sassari, de belangrijkste steden van Sardinië. Onder Mussolini werden de moerassen bij Oristano drooggelegd en werd de basis gelegd voor de meest succesvolle landbouwgemeenschap op Sardinië, Arborea. Ook stichtte Mussolini Carbonia, zo genoemd vanwege de rijke steenkoolmijnen (Carbone) in dit gebied. In de tijd na de Tweede Wereldoorlog nam het belang van de steenkool af en die van de toeristische sector toe. Vele pogingen om werkgelegenheid te creëren zijn mislukt doordat de transportkosten hoog waren en niet door de goedkope arbeidskrachten konden worden gecompenseerd.
